Als er tijdens een training of wedstrijd een onweersbui los barst, dienen scheidsrechters, die belast zijn met de leiding van de wedstrijd, als volgt te handelen:
- Wanneer vooraf al bekend is dat er onweer kan komen, dient de scheidsrechter de beide assistent-scheidsrechters te vragen alert te zijn op een eventuele onweersontwikkeling;
- Onweer wordt gevaarlijk voor spelers, toeschouwers, etc als de tijd, die verloopt tussen het zien van een bliksemflits en de daarop volgende donderslag minder is dan 10 seconden. Dit betekent dat het onweer zich globaal op een afstand van 3 kilometer bevindt. Aangezien het onweer zich snel kan verplaatsen, is het dan tijd maatregelen te nemen. Het vorenstaande is een globale vuistregel, die niet altijd opgaat. Onweer kan zich soms ook heel plotseling aankondigen, al gaat er meestal wel een dreigende weersontwikkeling aan vooraf. Men dient alert te blijven op dergelijke ontwikkelingen;
- Is het tijdsverschil tussen bliksem en donderslag minder dan 10 seconden, dient de wedstrijd onmiddellijk onderbroken te worden;
- Spelers, scheidsrechters en assistent-scheidsrechters dienen zich terug te trekken in de kleedgebouwen van de vereniging;
- De scheidsrechter meldt daar de beide aanvoerders de reden van de (tijdelijke) onderbreking; vervolgens moet het bestuur van de ontvangende vereniging via de geluidsinstallatie de toeschouwers vragen een schuilplaats te zoeken; dat kan het verenigingsgebouw zijn, maar ook in auto’s. Ook een overdekte tribune biedt een redelijke bescherming;
- De wedstrijd kan ten hoogste 30 minuten worden onderbroken; daarna moet de wedstrijd definitief gestaakt worden. Eerder definitief staken is ook mogelijk als bijvoorbeeld het speelveld door een enorme neerslag onbespeelbaar is geworden; het definitief staken binnen 30 minuten moet echter zoveel mogelijk een uitzondering zijn.
Het bovenstaande is vervat in de reglementen van de KNVB. Daarin wordt alleen gesproken over wedstrijden en dus de scheidsrechter en zijn assistenten. Hetzelfde geldt natuurlijk voor trainers en leiders, die de trainingen verzorgen.
In alle voorkomende gevallen geldt eveneens dat trainers en leiders bij hun elftal blijven totdat de onweersbui overgetrokken is en iedereen zonder gevaar naar huis kan gaan. Uiteraard is het vrij jeugdspelers met hun ouders mee te laten gaan als deze daar nadrukkelijk om vragen.
Belangrijk is dat iedereen zijn gezonde verstand gebruikt bij het optreden van een onweersbui en veiligheid voor alles laat gaan!